MEER DAN 1000 JAAR CHRISTELIJK ORTHODOX OEKRAÏNE

In de geschiedenis van de hele mensheid, en in het bijzonder in de geschiedenis van een volk zijn er gebeurtenissen, waardoor deze geschiedenis wordt beïnvloed.
Zo is de komst van Jezus Christus op aarde voor het totale mensdom een zeer belangrijke gebeurtenis. Het is het begin van het Christendom.
Voor het Oekraïense volk is de komst van het christelijk orthodox geloof ook zo’n belangrijke gebeurtenis, die de loop van haar geschiedenis heeft beïnvloed.
De overlevering verhaalt, dat de heilige Apostel Andreas, de eerstgeroepen leerling van Jezus Christus, in Oekraïne het christelijk geloof heeft gepredikt. Hij en zijn leerlingen verkondigden het evangelie langs de kusten van de Zwarte Zee, langs de boorden van de Dniepr tot zelfs in de bergen, waar nu de stad Kiëv ligt. Hier plantte hij het Goddelijk kruis en voorspelde voor deze plaats een bijzondere christelijke uitstraling.

De verschillende stammen die in die tijd het land bevolkten, door de Grieken Skifië en door de Romeinen Sarmatie genoemd, ondervonden de Griekse invloed op cultureel en religieus vlak.

Door de handelsbetrekkingen van de Griekse koloniën, die leefden langs de kusten van de Zwarte Zee, met de bevolking van het binnenland, kwamen de voorouders in contact met het christendom. Ze geloofden in de natuurkrachten en aanbaden deze, zoals wind, bliksem, donder…

Doch met de jaren werd de invloed van het christelijk geloof groter en groter en reikte steeds verder het binnenland in. Zelfs onder de hogere lagen van de bevolking trof men christenen aan. In zeer oude geschriften leest men dat vorst Askholjd een christen zou zijn geweest. Maar de grote massa hield toch sterk vast aan hun voorouderlijke natuurgodsdienst. Opgemerkt moet worden dat elke stam praktisch een andere godsdienst beleed. Het waren deze natuurgodsdiensten die de formatie tot een staatkundig geheel van het grondgebied belemmerden ten tijde van Wolodimir de Grote (970-1015).
Het christendom, met zijn geloof in de éne God, zou door zijn dogmatische zuiverheid, en liefde tot de naaste, wel geschikt zijn als godsdienst voor alle stammen, en zo de staatkundige eenheid bevorderen. Ook zou de Grieks-Romeinse cultuur gemeengoed kunnen worden. De Oekraïense vorsten hadden veelvuldig contact met andere volkeren. De kracht van de Byzantijnse cultuur en het goed uitgebouwde staatkundig leven trok hun aandacht. Door de steeds betere en bredere contacten met Byzantium bleef ook de christelijke invloed niet uit. Tijdens de regering van vorst Igor (913-945) moeten er veel christenen in Kiëv zijn geweest. Dit getuigt de bulle van overeenkomst tussen Byzantium en Oekraïne, waarin wordt aangehaald dat de Oekraïners, die christenen waren, de eed moesten afleggen in de heilige Iliakerk te Kiëv. De niet-christenen legden de eed af volgens de staatsgodsdienst, namelijk op hun God Peroen. Hieruit kan men afleiden dat het christendom werd getolereerd en gelijkgesteld met de staatsnatuurgodsdienst. Rond de jaren 955 liet vorstin Olga (946-962), echtgenote van vorst Igor, zich dopen. In die tijd was de godsdienst van de vorst ook de godsdienst van het volk. Doch vorstin Olga heeft haar land Oekraïne niet gekerstend. Er moest worden gewacht tot de regeerperiode van haar kleinzoon vorst Wolodimir de Grote. Deze was het die de grote heilige daad stelde. De politieke en organisatorische omstandigheden waren van die aard dat noch vorstin Olga, noch haar zoon Swjatoslaw Zawojownik (de veroveraar) de kerstening konden doorvoeren. Vorst Swjatoslaw Zawojownik kon geen godsdienst aanvaarden welke vrede en allesvergevende liefde tot de naaste voorhield, terwijl hij in oorlogen en veroveringen op zijn vijanden fantastische overwinningen behaalde. Vorst Wolodimir Welikij (de Grote), zoon van Swjatoslaw, werd geboren in 960 en groeide op in het christelijk milieu van zijn grootmoeder Olga. In de voetsporen tredend van zijn vader Swjatoslaw, werden echter de eerste 12 regeerjaren van vorst Wolodimir een aaneenschakeling van oorlogen en veldslagen. Door zijn overwinningen verstevigde hij zijn landsgrenzen en werd een groot staatsman in een sterk en groot rijk, met centrum Kiëv. Doch de onderworpen stammen, met elk hun eigen natuurgodsdienst, vormden slechts een broze eenheid. Dit begreep vorst Wolodimir en hij zocht naar een godsdienst die zou leiden naar een sterkere samenhang. Zijn ogen waren gericht op zijn naaste gebuur Byzantium, in die tijd een zeer machtig rijk, met een hoogstaand cultureel en staatkundig leven, waar de oostelijke christelijke kerk staatsgodsdienst was. De heilige gebroeders Cyrillus en Methodius, de apostelen der slaven, behoorden tot deze kerk. Ook andere godsdiensten wilden in de gunst komen bij vorst Wolodimir. Zo kwamen er gezanten uit het oosten, de Wolga-Bulgaren, de Islam aanbieden. Ook deze van de Chozaren, de joodse, en uit het westen (de Duitsers) de latijnse godsdienst. Vorst Wolodimir heeft zijn eigen gezanten naar deze volkeren uitgezonden, om ter plaatse hun godsdienst te bestuderen, om alzo een gepaste religie voor zijn volk te bepalen. Bij hun terugkomst vertelden de gezanten over hun ervaringen. De gezanten terugkomend uit Griekenland, getuigden van hun indrukken tijdens de Liturgie in de heilige Sofia-kerk. Ze zegden dat ze op dat moment niet wisten of ze zich in de hemel of op aarde bevonden. Daarbij rekening houdend dat vorstin Olga ook uit Byzantium haar doopsel ontving, was het voor vorst Wolodimir duidelijk dat deze christelijke godsdienst geschikt zou zijn voor zijn volk. De massale kerstening van Oekraïne had plaats op 1 augustus 988 (volgens de Juliaanse kalender), door het doopsel in de rivier Potsaj, bij de Dniepr.

Op die dag bad vorst Wolodimir tot de éne ware God, en smeekte voor Oekraïne de genade af, dat Deze zijn volk de kracht zou geven te volharden in het nieuwe geloof en het te bewaren tegenover zijn vijanden. Na Kiëv werden ook andere steden gekerstend. De eigen Orthodoxe Kerk stond nu bij de gelovigen centraal, zowel in voorspoed als in tegenslag. Uit de verdeeldheid van de stammen verrees een natie. Cultuur, onderwijs, kunst, architectuur, kwamen op een zeer hoog peil. Door vermenging van eigen gebruiken met de christelijke, ontstond de Kiëvse ritus. Ze was gedurende eeuwen de enige kracht die de Europese christelijke cultuur beschermde. Haar verwezenlijkingen zijn echter verloren gegaan door de tartaarse invallen, door de verschillende oorlogen tegen de Polen, maar vooral door het Moscovisch imperialisme, in het kleedje van atheïstisch Bolsjevisme. Vorst Wolodimir de Grote werd voor zijn apostolische daden in de Kiëvse Staat, door de orthodoxe Kerk heilig verklaard, de 2 helft van de 13de eeuw, op 28 juli, de dag van zijn overlijden in 1015. Achtentwintig juli is tevens zijn christelijke feestdag, terwijl de heilige vorstin Olga wordt herdacht op 24 juli.