EN NU DE HANDEN UIT DE MOUWEN

Reeds voor het leggen van de eerste steen was een gespecialiseerde bouwonderneming uit Zonhoven aan het werk. Er zijn specialistenactiviteiten nodig voor de funderingen en het opgaand beton. Maar dan werd het veel eigen werk geblazen, met onverwacht-enthousiaste hulp van de Bouworde. Jongeren en minder-jonge mensen kwamen uit Arendonk, Gent, Kessel-Lo, Oudenaarde, Wevelgem, Zedelgem. Zelfs uit het buitenland kwamen ze: uit Maastricht (Nederland), uit Lippstadt (Duitsland). Allen vonden het plezierig werken en waren in de wolken over het warm onthaal, het heerlijke eten, het gratis zwemmen na de dagtaak (bedankt gemeentebestuur!)
Ze waren tevens vol lof over de uitstekende leiding van Zander Peeters. In vele brieven achteraf werd dat nog eens bevestigd:
“We leerden niet alleen werken, we leerden samen iets verwezenlijken”. (Greta Vandevenne)
“Het is niet moeilijk goede punten te zoeken en te vinden in dit bouwkamp… gewoon te veel om op te noemen”. (Geert Van Damme)
“Ik vond het ook fijn eens mensen te ontmoeten die nog een zekere cultuur meedragen”. (Paul Hulselmans)
“Ik zou wel eens willen komen zien als de kerk helemaal klaar is”. (Machteld Marien)

Zo ging de opbouw van de kerk gestadig verder, zonder overdreven haast, maar zonder getreuzel. Eerst werd het cultureel centrum afgewerkt, en ingewijd door aartsbisschop Anatolij na de Plechtige Eucharistieviering in het oud-politiebureau te Waterschei ter gelegenheid van het patroonsfeest op zondag 25 november 1984.
De dag voordien werd mgr. Anatolij ontvangen door kardinaal Daneels, door bisschop Heuschen van Hasselt en door het gemeentebestuur van Genk.

En nu de handen uit de mouwen.
En nu de handen uit de mouwen.

De bouw van de koepels gebeurde met bijzondere zorg. Het zijn er 5: de grote centrale koepel (zou 11 ton wegen) symboliseert Christus, de 4 kleinere duiden op de 4 evangelisten Hier was de hulp van de parochianen, en meerdere sympatisanten, van grote waarde vooral met betrekking tot de binnenkleding. Door de vorm van de koepels, en later ook van het kerkplafond, gebeurde dat door samenvoeging van kilometers kleine plankjes. En hier bleek het talent van Paul Derewianka, zoon van Vitali en Frieda. Niet alleen het doe-talent, maar niet in het minst het leiders-talent.
Op 25 augustus 1985 werden de koepels en de kruisen die daarop zouden worden geplaatst, gewijd. Dat gebeurde na de Heilige Liturgie, door archipresbyter Pallady Dubytskyj bijgestaan door priesters Ivan Derewianka, Anfir Ostaptschuk en protodiaken Stefan Kuretscha. Ook vicaris Luc Vendrickx van bisdom Hasselt wijdde mee. Bij de aanwezigen waren schepen van eredienst J. Bollen, député Hilde Houben-Bertrand en deken Van Keer.

Twee weken later, op de gouden datum 9 september 1985, werden de koepels op hun plaats gebracht! Opgetrokken door de firma Democo en vastgezet door schrijnwerkerij Bormans. Het werd een geweldige gebeurtenis, een mijlpaal in de bouw van de kerk. die nu werkelijk de uiterlijke vorm kreeg van een gebedshuis in de vooropgestelde Kiëv-barokstijl. Er werd gefilmd door de K.T.R.O.-ploeg voor de uitzending op de BRTN-televisie, verslaggevers en fotografen van verschillende dagbladen waren aanwezig. En menige traan werd weggepinkt door oudere parochianen die de christenvervolging door de communisten hadden meegemaakt, en nu zagen wat hier mogelijk is.
Het was nu wel zeker dat de kerk, onder de bescherming van de heilige aartsengel Michaël de archistrateeg, zou zijn voltooid in 1988, als de 1000 jaar christenheid van Oekraïne wereldwijd zal worden gevierd. En inderdaad, minder dan een jaar later, op 24 augustus 1986, zou de Kerk worden gewijd.
Bij de verdere afwerking bleken nogmaals de werkkracht en de leiderscapaciteiten van Paul Derewianka (junior), die met zijn ijverig medewerkende parochianen het eigen godshuis resoluut leidde naar “klaar voor de dienst”!!

Paul Derewianka (junior)
Paul Derewianka (junior)
Op 9 september 1985 werden de koepels op hun plaats gebracht.
Op 9 september 1985 werden de koepels op hun plaats gebracht.

Het past daarom hier het woord te geven aan ingenieur-architect Guido Walgrave, die uiteraard de plaatsing van de koepels met argusogen heeft gevolgd:
“Wanneer de Oekraïense Orthodoxe Autocefale Kerkgemeenschap mij de opdracht toevertrouwde om een authentieke Oekraïense kerk te ontwerpen, beschouwde ik dit als een uitdaging. Het is inderdaad een stap in het onbekende, het verkennen van een aanverwante doch verborgen gevoels- en denksfeer. Met grote nieuwsgierigheid werden alle ter beschikking gestelde documenten, handelend over kerkgebouwen, bestudeerd. Het werd een ware revelatie. Deze volksarchitectuur heeft een grote rijkdom juist door het haast perfect evenwicht tussen structuur en de onuitgesproken maar met materie gesuggereerde diepere zin van de ruimte.
Aanvankelijk was het niet eenvoudig om uit de vele schakeringen en klemtonen der Slavische architectuur, de juiste vorm en het echte koepelsilhouet der Oekraïense bouwkunst te onderkennen. Uiteindelijk is een gebouw tot stand gekomen, weliswaar met eenvoudige materialen, maar met des te hogere eisen voor een vakkundige uitvoering.
Het volstaat echter niet dat een gebouw ergens wordt neergeplant. Het moet door zijn omkadering als vanzelfsprekend met de omgeving aansluiten. Daartoe werd voor het kerkgebouw een pleintje aangelegd, afgeboord door een doorgangspoort, twee lage gebouwen met Oekraïense raamconceptie en de kerk waarvan het volume het gehele complex domineert. Voor de kerk zelf werd de traditie geïnterpreteerd met de mogelijkheden die de hedendaagse technieken ons bieden. Een krachtige betonnen onderbouw vormt de aanzet voor een lichtere opgaande bovenbouw die met soepele ronde booglijnen in de top samenvloeien.
De continuïteit van het materiaal is zichtbaar over de bekistingsafdruk van het hout in de betonnen kolommen naar de houten bebording van de koepelvormen. De structuur wordt hier sculptuur.
Verder onderlijnt dezelfde binnen als buitenbezetting de wederzijdse betrokkenheid van het ongrijpbare en onbeperkte heelal met de afgelijnde tor inkeer gebrachte kerkruimte, Deze is samengesteld uit negen ineenvloeiende ruimten rond een centrale kern, het verzamelpunt van het gods-volk aan de voet van het koor met het altaar.
Zelden werd rond een project zoveel eensgezindheid verenigd als hier, om de droom werkelijkheid te maken. De betrokkenheid en de inzet van zovelen maakt dit gebouw tot een verrijking van ons gemeenschappelijk patrimonium, waar de rationaliteit en de dynamiek van onze West-Europese ingesteldheid met de intuïtie en de mystiek van het Oost-Europese erfgoed samensmelten.
Het weze een projectie van de morele herbewapening tot vrede en eenheid”.
Genk 6 juni 1986.

Iconostase in opbouw